meer van deze habit

Habit(s):
Geplaatst op: 19 november 2014

Uitgangspunt

Fotonen van licht, moleculen van geur, golven van geluid en trillingen van aanraking, het zijn allemaal elektrochemische signalen die naar individuele hersencellen worden verstuurd om informatie op te slaan. Deze informatie komt in ons brein via de zintuigelijke paden: smaak, geur, tast, kinesthetisch (lichaamsbeweging), gehoor en zicht. Taalkundig, cultureel of fysiek leren wordt vaak ontleent door het observeren van de omgeving of het opnemen van informatie via de zintuigen. Om een wijn te kennen, moet het gedronken worden. Om een rol te kennen, moet het geacteerd worden. Om een spel te kennen, moet het gespeeld worden. Om een dans te kennen, moet het uitgevoerd worden. Om een doel te kennen moet het beoogd worden. Diegene wiens zintuigelijke paden open, alert en scherp zijn, absorberen meer informatie uit de omgeving dan diegene wiens paden onbewust, verdord en immuun zijn voor zintuigelijke prikkels.

 

We leren steeds meer over de invloed van kunst en muziek op ons mentaal functioneren. Zo is het vormen van mentale beelden belangrijk in wiskunde en techniek en lijkt luisteren naar klassieke muziek het ruimtelijk inzicht te verbeteren. Sociale wetenschappers gebruiken rollenspellen en scenario’s, monteurs leren door te werken met hun handen, kunstenaars verkennen kleuren en texturen en muzikanten combineren instrumentale en vocale muziek.

 

Leerlinggedrag

Hoe meer regionen van het brein informatie opslaan over een bepaald onderwerp, hoe meer verbindingen er gelegd kunnen worden. Dit betekent dat leerlingen, met al die gerelateerde stukjes data, meer mogelijkheden hebben in antwoord op een enkel vraagstuk. Deze kruisverwijzingen van gegevens versterkt het daadwerkelijke leren in plaats van dat het alleen gegevens opslaat (memoriseert).

Sommige leerlingen gaan door het leven zonder zich bewust te zijn van de structuren, patronen, ritmes, geluiden en kleuren om hen heen. Ze vinden het eng om dingen aan te raken of om hun handen vies te maken. Zij beleven het binnen een smal bereik. Ze willen het wel beschrijven maar niet illustreren, ze willen wel luisteren maar niet deelnemen.

 

Studenten die deze habit goed ontwikkeld hebben, voelen zich vrij om al hun zintuigen te verkennen. Wanneer ze geconfronteerd worden met een probleem, suggereren ze strategieën voor het verzamelen van gegevens of voor het oplossen van het probleem, die voorzien zijn van verschillende zintuigen. Ze zoeken naar manieren om alle zintuigen erbij te betrekken, ze willen vasthouden, aanraken, voelen, proeven, ruiken en zo voorwerpen en gebeurtenissen ervaren. Ze visualiseren, bouwen modellen, voelen naar texturen, dansen op een gedicht en bewegen op het ritme. Deze leerlingen verrijken hun schriftelijke en mondelinge taal, die een steeds grotere waaier van zintuigelijke metaforen wordt. Ze experimenteren met levendige, sensuele en suggestieve omschrijvingen: “een waterval van problemen”, “dat klinkt als muziek in de oren”, “zwart-wit denken”.

 

Bron: Habits of Mind Nederland