meer van deze habit

Habit(s):
Geplaatst op: 19 november 2014

Uitgangspunt

Mensen zijn sociale wezens. We komen graag samen in groepen, zoeken overeenkomsten, putten energie uit elkaar en vinden het fijn om gehoord te worden. In groepen kunnen we onze tijd en energie inzetten voor taken die we alleen niet snel zullen volbrengen. Sterker nog, eenzame opsluiting is een van de wreedste straffen die een individu kan worden toegebracht.

Samenwerkende mensen realiseren zich dat ieder van ons samen krachtiger is, zowel intellectueel als fysiek. Waarschijnlijk is de belangrijkste aanleg van de mens, onze verhoogde capaciteit tot denken in overleg met anderen. We vinden onszelf steeds meer terug in posities waarin we van elkaar afhankelijk zijn en gevoelig zijn voor de behoeften van anderen. Problemen oplossen is zo complex geworden dat geen persoon dit meer alleen kan. Niemand heeft toegang tot alle data die nodig zijn om een belangrijke beslissing te nemen. Niemand kan zoveel alternatieven overwegen als meerdere mensen tegelijk.

 

Leerlinggedrag

Leerlingen die niet geleerd hebben om samen te werken hebben een achterstand in sociale vaardigheden. Ze willen liever met rust gelaten worden en het alleen doen. Deze leerlingen kunnen niets bijdragen aan het groepsproces en laten de anderen het werk doen.

Werken in groepen vereist het vermogen om oplossingsstrategieën te testen op haalbaarheid en ideeën van anderen te rechtvaardigen. Daarnaast moet de leerling zijn/haar bereidwilligheid ontwikkelen en open staan voor kritiek van medeleerlingen. Tijdens deze interactie zal de groep en elk individu zich verder ontwikkelen. Luisteren, overeenstemming zoeken, inlevingsvermogen, groepsleiderschap, mededogen, weten hoe een groep te ondersteunen, onbaatzuchtigheid – allemaal eigenschappen voor een coöperatief mens.

 

Leerlingen die wederzijds denken zetten hun eigen ego opzij om anderen te dienen. Ze besteden hun energie aan het verbeteren van de vindingrijkheid in de groep. Ze zetten anderen boven zichzelf en halen voldoening uit het uitblinken en erkennen van anderen. Er is een toegenomen onderlinge afhankelijkheid wanneer leerlingen in groepswerk en discussies zich concentreren op de analyse, synthese en evaluatie. De taal die ze spreken weerspiegelt hun verlangen om te begrijpen hoe anderen denken en betekenis te halen uit een probleem/situatie. Ze bieden interpretaties en hypothesen aan de groep en tegelijkertijd bouwen ze voort op andermans idee. Leerlingen die deze habit toepassen zien toe op gelijkheid binnen de groep. Ze tonen zorg voor alle leden van de groep en ze zijn zich bewust van leerlingen die uitgesloten worden van de werkzaamheden binnen de groep. Ze helpen elkaar zo dat alle leden van de groep kunnen bijdragen aan de taak en daarin slagen. Leerlingen die deze habit beheersen dragen niet alleen bij aan de groep maar leren ook van de groep.

 

Bron: Habits of Mind Nederland