Alle begin is moeilijk

Geplaatst op: 19 juni 2018
 
“Everything is hard before it is easy,” said Johann Wolfgang von Goethe 
 
Alle begin is moeilijk.
In de 17de eeuw wordt deze zegswijze aangetroffen bij De Brune, 183:
 
‘t Begin van alle dingh is swaer, 
Maer ‘t wert veel lichter achter naer.
 
Hoe maken we moeilijke dingen makkelijk? Waarom zijn sommige problemen lastiger dan anderen? Belangrijker, waarom hebben sommige mensen geen moeite met de dingen die ik wel moeilijk vind? En waarom kan ik vandaag met gemak dingen doen, terwijl ze heel lastig waren toen ik ze voor het eerst deed? 
 
Het punt is dat ‘moeilijk’ geen absolute maar relatieve term is. Problemen zijn alleen moeilijk totdat ze makkelijk worden en wat moeilijk is voor de een, is makkelijk voor de ander. Problemen en uitdagingen zijn niet moeilijk van aard – het is ons (on)vermogen om te weten hoe ze op te lossen zijn, waardoor ze moeilijk of gemakkelijk worden.
 
Los van specifieke inhoudelijke kennis over een bepaald probleem, vraagt het oplossen van complexe problemen dat we ons op een bepaalde manier gedragen. Het vereist dat we putten uit een reeks vaardigheden die ons in staat stellen om dat probleem aan te pakken en op te lossen. Volharding bijvoorbeeld. Als we te snel opgeven, blijft het probleem onopgelost. 
Deze gedragingen, die ons in staat stellen om moeilijke problemen op te lossen, definiëren wat het betekent om ons intelligent te gedragen.
Als we het hebben over intelligentie dan bedoelen we geen vaste eigenschap – iets waarmee je bent geboren. We hebben het over intelligentie dat ontwikkeld kan worden, als gedrag dat geleerd, geoefend en verbeterd kan worden. De 16 Habits of Mind zijn gedefinieerd door te kijken naar wat mensen succesvol maakt. Het is niet zo dat de mensen die het hoogste prestatieniveau hebben bereikt, de Habits of Mind gebruiken en andere mensen dat niet doen, maar dat deze mensen hebben geleerd om ze effectiever en vakkundiger te gebruiken dan andere mensen. Dit betekent dat ze de moeilijkste problemen kunnen oplossen en verder kunnen gaan dan wie dan ook, omdat ze hebben geleerd zich intelligenter te gedragen. 
 
In dit licht werd het duidelijk dat de rol van leerkrachten in scholen niet was om de Habits of Mind te onderwijzen, maar om leerlingen te helpen deze voortdurend te ontwikkelen en te leren zich steeds slimmer te gedragen, zodat ze in staat zijn om steeds moeilijkere problemen op te lossen. De uitdaging voor scholen en leerkrachten is om te weten wat het betekent om beter te worden in doorzetten, in flexibel denken etc. We kunnen zeggen dat we willen dat leerlingen beter worden in samen denken, maar wat houdt dat precies in? We kunnen erkennen dat de ene persoon beter is in het managen van de impulsiviteit dan de ander, maar hoe precies beschrijf je het verschil? En wat moet je leren om beter te worden? Daar ligt voor ons de taak. Daar kunnen we echt een verschil maken. 
 
 
Wanneer we meer begrip krijgen in wat het betekent om beter door te zetten, of flexibel te denken, beginnen we ook te snappen dat niet elke soort inspanning gelijk is. We kunnen 4 soorten inspanning onderscheiden:
  1. Lage inspanning – hierbij is de taak eenvoudig, het aantal fouten nihil en zijn er geen Habits of Mind nodig om de taak te volbrengen. Je wordt niet uitgedaagd, je komt niet in een learning stretchzone, er vindt dus geen groei plaats.
  2. Ineffectieve inspanning – dit is een moeilijke taak (boven je prestatieplateau),  maar omdat er geen kennis is of goed gebruik gemaakt wordt van de Habits of Mind, is er een hoog foutenpercentage en lukt het niet om de taak succesvol te volbrengen. Met als gevolg dat men constateert dat dit onhaalbaar is en terug wil naar de learning comfortzone.
  3. Prestatie-inspanning – je presteert hierbij op het hoogste van je kunnen met goed gebruik van de Habits of Mind, maar de taak is je bekend en relatief eenvoudig. Eerder heb je al geleerd van je fouten, je bent nu master van deze taak. Er vindt geen groei plaats.  
  4. Effectieve inspanning – het gaat hier om een moeilijke taak boven je prestatieplateau. Natuurlijk maak je dan veel fouten, maar omdat je ook de Habits of Mind effectief gebruikt, rek je je learningcapaciteit op en zal er  daadwerkelijk groei plaatsvinden. 
 
Vaak wordt inspanning, ‘het proberen’ op een verkeerde manier geprezen. Dit kan een negatieve mindset mover tot gevolg hebben. Als iemand bijvoorbeeld gelooft in aangeboren talent en te horen krijgt ‘je hebt het goed geprobeerd’ of ‘je inzet was super’ dan bevestigt dit zijn idee dat hij ‘ondanks’ zijn tekortkomingen het goed gedaan heeft, maar er dus niet beter in kan worden. 
 
“Het probleem is dat meer tijd en energie ergens insteken niet het antwoord is. Het antwoord is dat je leert die tijd en energie intelligenter door te brengen.”   
 
Het prijzen van inspanning heeft alleen een positieve mindset mover tot gevolg als je benoemt wat er al goed ging (je had een moeilijke taak gekozen en hebt goed je best gedaan), maar ook vooruitblikt wat er nodig is om daadwerkelijk te groeien (nu kan je nog gaan kijken welke Habits of Mind je nodig hebt om de taak beter te doen). Je stuurt als het ware naar de effectieve inspanning. Bedenk wel dat je je echt niet altijd in het gebied van de effectieve inspanning hoeft te bevinden. Soms is het heerlijk om een prestatie-inspanning te leveren of met lage inspanning de dag door te komen. Wil je daadwerkelijk groeien, ergens beter in worden? Dan kom je er niet alleen maar door er energie en tijd in te steken. Heel veel uren maken, zonder doelbewust oefenen of het verwerken van feedback brengt je niet verder. Je zult steeds opnieuw moeten vragen: wat heb ik nodig om beter te worden? Welke intelligentie gedragingen worden er van mij gevraagd? In welke learning zone ben ik aan het werk? Heb ik Habits of Mind nodig om mijn taak te volbrengen? Dan kan je iets wat moeilijk is makkelijk(er) maken en je grenzen verleggen!