De taal van het leren

Geplaatst op: 19 december 2018

Voordat we leren in detail gaan bespreken, moeten we eerst de taal van het leren definiëren. Dit schept duidelijkheid over wat we verstaan onder leren en hoe we met anderen communiceren over ons leren.

 

Definities zijn van cruciaal belang in de onderwijspraktijk. Het is bijvoorbeeld niet ondenkbaar dat wanneer iemand over ‘kennis’ praat, dat dit woord verschillend wordt geïnterpreteerd. Als we zeggen dat een leerling ergens kennis van heeft, bedoelen we dan dat ze een aantal feiten kennen, die kennis kennen, die kennis begrijpen, een concept van die kennis hebben, of dat ze die kennis kunnen toepassen om creatief te zijn? Definities zijn essentieel om duidelijk te maken wat we bedoelen als we een specifieke taal gebruiken om ons leren te beschrijven.

 

Een bepaalde gebeurtenis zet vaak het leren in gang, dit gaat meestal gepaard met een emotionele reactie die weer onze nieuwsgierigheid triggert. We stellen daardoor vragen over wat we hebben meegemaakt. Het is een effectieve combinatie van emotie, nieuwsgierigheid en vragen stellen, waardoor we effectief kunnen leren. In deze eerste fase van het leerproces willen we een kennisbasis bouwen die een eerste antwoord zal bieden op onze vragen.

 

Kennis

Kennis wordt hier gedefinieerd als een reeks sensorische gegevens die wordt geïnterpreteerd en onthouden als feiten of elementen van informatie die kunnen worden ontwikkeld tot acties (vaardigheden), waarvan de meeste kunnen worden geleerd via uit-het-hoofd (repetitief) leren.

 

Kennis omvat geen relaties tussen variabelen (dingen die kunnen veranderen) of processen die veranderen, zoals de temperatuur of het aantal mensen die we elke dag ontmoeten. Bijvoorbeeld, de uitspraak, “In de herfst verliest de boom zijn bladeren”, is geen kennis. Het feit dat we een boom kunnen identificeren is kennis, maar de hele uitspraak is een idee. Een idee is een relatie tussen variabelen (dingen die in de loop van de tijd veranderen), in een of twee contexten. In dit geval zijn de variabelen de tijd van het jaar en het verlies van bladeren – voor de context van die specifieke boom. Door verdere slimme ondervraging toe te passen en onze kennis te onderzoeken, kunnen we beginnen met het vormen van ideeën.

 

Ideeën

Ideeën worden gedefinieerd als een relatie tussen twee of meer variabelen die van elkaar afhankelijk zijn, in een of twee contexten. Door dit idee verder te onderzoeken in verschillende contexten, kunnen we de kwaliteit van ons idee verbeteren. Wanneer dit herhaaldelijk is toegepast, automatiseren we het patroon zodat we hier niet steeds opnieuw bewust over moeten nadenken. Dit proces resulteert in de vorming van een conceptueel begrip van de relatie tussen elk van de variabelen. Zodra we het concept begrijpen, ervaren we vrij vaak een plezierig gevoel dat we het ‘aha-moment!’ noemen. Wanneer we een ‘aha-moment!’ hebben, vormen de hersenen nieuwe verbindingen over dit concept. Als dit eenmaal is gebeurd, kan het geleerde concept onbewust worden toegepast en hoeven we nooit meer bewust na te denken over dat concept.

 

Concepten

Concepten zijn patronen tussen twee of meer variabelen (processen) die van elkaar afhankelijk zijn (oorzaak en gevolg), waarbij de relatie tussen de variabelen wordt begrepen in een reeks contexten. Zodra het patroon herkend wordt, brengt het brein dat patroon onmiddellijk in kaart en verandert het in een onbewust proces. We verwijzen naar dit unieke menselijke vermogen als automatisme. Terwijl we acties toepassen op steeds meer contexten, wordt de nauwkeurigheid van de voorspellingen van ons brein ook steeds preciezer. Ons brein voert deze actie dan uit naar nieuwe contexten zonder dat we nieuw, bewust denkwerk hoeven te doen. Het vormen van concepten is een buitengewoon efficiënt leersysteem. Het alternatief is namelijk dat we elke situatie die net iets anders is, weer opnieuw zouden moeten aanleren en dan zouden we de hele dag niks anders meer kunnen doen.

 

De grondstof (kennis, ideeën en concepten) moet aanwezig zijn om verbeelding, creativiteit, innovatie, vindingrijkheid en nieuwsgierigheid te kunnen toepassen.

 

Verbeelding

Verbeelding is het vermogen van het brein om onze kennis, ideeën en concepten te combineren en deze op nieuwe en unieke manieren te combineren. Verbeelding en creativiteit worden gemakkelijk met elkaar verward. Verbeeldingskracht is het in de geest kunnen voorstellen van zaken, situaties en gebeurtenissen. Hier is ook een empathisch vermogen voor nodig. De verbeelde voorstellingen kunnen gebaseerd zijn op de werkelijkheid maar ook op datgene dat niet werkelijk is. Creativiteit heeft verbeelding nodig om tot een resultaat te komen dat ook waarde heeft.

 

Creativiteit

Creativiteit wordt gedefinieerd als het resultaat van het bewust toepassen van onze verbeeldingskracht om nieuwe ideeën of concepten te produceren die waarde hebben.

Er is veel wetenschap achter het creatieve proces, maar er is ook veel passie en verlangen dat ons drijft om te willen verkennen en creëren, op manieren die niemand eerder heeft onderzocht. De grondstof (kennis, ideeën en concepten) moet aanwezig zijn om creatief te zijn. Maar het is ook onze nieuwsgierigheid, passie en verlangen om iets te begrijpen, dat ons stimuleert om het opnieuw en opnieuw te proberen.

 

Innovatie

Innovatie wordt gedefinieerd als het creëren van nieuwe ideeën en concepten die het potentieel hebben om nieuwe producten, systemen of toepassingen te ontwikkelen die misschien nog niet eerder hebben bestaan.

Het is heel goed mogelijk om met het fantasierijke idee te komen dat we kunnen vliegen, en hoewel we dit als creatief kunnen beschouwen, gaat de verbeelding over het onwaarschijnlijke en vaak het onmogelijke; de dingen die we zouden willen doen, maar in praktische zin dat niet kunnen. Het lijkt misschien geen functioneel resultaat te hebben, maar het legt wel fundamenten vast waarop creativiteit kan voortbouwen. Onze verbeeldingskracht is de capaciteit die ons in staat stelt om creatief te zijn en het creatieve proces kan leiden tot innovatie. Ingenieuze mensen zien het verband tussen theorie en praktijk, en vrij vaak is het streven naar vindingrijkheid dat ons drijft om innovatief te zijn.

 

Vindingrijkheid

Vindingrijkheid wordt gedefinieerd als het proces van het omzetten van creatieve en innovatieve begrippen in praktische resultaten die tegemoetkomen aan behoeften of kansen. Op deze manier is vindingrijkheid nogal verschillend van innovatie. Het leerproces is van nature een erg ‘rommelig’ cognitief proces. Het is geenszins een opeenvolgend proces en het is zelden voorspelbaar. Dit vereist dat nieuwsgierigheid en creativiteit in het onderwijs gestimuleerd wordt.

 

Nieuwsgierigheid

Nieuwsgierigheid wordt gedefinieerd als een genetisch instinct dat in ons is ingebed en dat ons drijft om te begrijpen wat we momenteel niet kunnen bevatten.

We kunnen onze nieuwsgierigheid niet beheersen en zijn aantrekkingskracht is van invloed op iedereen. Daarom beschrijven we het eerder als een instinct dan als een gewoonte. Dit betekent niet dat je nieuwsgierig zult blijven naar alles; voor altijd. We zijn instinctief nieuwsgierig, maar of we die nieuwsgierigheid nastreven, zal afhangen van hoeveel andere eisen er in onze omgeving gesteld worden.