Wij zijn de kangoeroes!

Geplaatst op: 13 augustus 2018

Als invaller kom je nog eens ergens. Dit keer mocht ik een woensdagochtend een groep 4 draaien. De leerlingen druppelden vanaf 8:20 binnen. De een afwachtend, de ander enthousiast omdat ze nog nooit een meester hadden gehad! Na wat gesprekjes met kinderen en ouders, viel het mij op dat een groepje kinderen zich met een mapje net buiten het lokaal had verzameld. Op de vraag waarom ze daar stonden antwoordden ze opgewonden: “Wij zijn de kangoeroes!” Na enige uitleg begreep ik dat deze leerlingen het eerste deel van de dag een ander programma volgden, dit waren de plusklasleerlingen.

 

Met een uitgedund groepje ging ik aan de slag. Lezen stond op het programma. Er werd in duo’s gelezen, er werd zelfstandig stil gelezen en er was uiteraard de instructiegroep aan de instructietafel. Ik heb weinig ervaring met deze leeftijdsgroep dus ik was blij verbaasd dat de leerlingen nog zo enthousiast waren en ook echt het meest van de tijd met het lezen bezig waren. “In groep 7 of 8 zal het anders zijn,” dacht ik bij mezelf. Tegen de natuur van kangoeroes in, kwamen ze heel rustig en stil de klas in en liepen naar hun plek. Dit had ik ook wel eens anders meegemaakt! Toch was daar het moment waarom ik dit stukje schrijf. De kangoeroes hadden wat gemaakt in de kangoeroeklas. Het zag er leuk en kleurrijk uit. Iets van een tekening met ecoline. Iets waarvan ik als niet-kangoeroe zou denken: “dat had mij ook wel leuk geleken.” En die gedachten gingen ook vast en zeker door enkele hoofdjes in de klas. De kangoeroe-kinderen stopten hun tekeningen zorgvuldig in hun laatjes, blikken van niet-kangoeroes volgden hun handelingen.

 

Ook al zijn de plusklasinitiatieven goed bedoeld, vraag ik me ook af wat de bijwerkingen zijn en welke boodschap we impliciet geven? Wat zeggen we impliciet tegen de kangoeroes? Wat zeggen we impliciet tegen de niet-kangoeroes? Wat gaat dit doen met de motivatie van de niet-kangoeroes? Maar ook van de kangoeroes? Hoe gaan zij het “gewone” leren tegemoet? Leren ze op deze manier dat om ergens in te groeien/ontwikkelen dit de juiste oefening en inspanning vergt en dat er alle rede is in geloof in ongelimiteerde groei? Of treedt hier, vanaf zeer jonge leeftijd, self-fulfilling prophecy in werking?

 

Tom Witjes